Een ondernemer bood meer voor een gemeentelijke standplaats. Toch kreeg de vorige huurder de kans dat bod te evenaren. De Europese zaak draaide om iets anders dan zelf de plek krijgen: toegang tot een rechter. De ondernemer bood zestien, de vorige huurder elf. Na de biedingen mocht zij de hogere prijs overnemen. De ondernemer bestreed of die mogelijkheid wel in de vooraf geldende regels stond. Advocaat Radan stond de ondernemer in Straatsburg bij. De klacht verbond gelijke mededinging aan rechterlijke toegang: iemand moet kunnen laten toetsen of de gemeente haar eigen wettelijke spelregels volgt. Een rechter had de verdeling eerst inhoudelijk beoordeeld. In hoger beroep werd de zaak alsnog niet-ontvankelijk verklaard, omdat het volgens die rechter om eigendomsbeheer ging. Zo verdween de rechterlijke controle. Het Hof onderscheidde het recht op de standplaats van het recht op een rechtmatige beoordeling van het bod. Dat tweede belang was voldoende beschermd door artikel zes van het Europees Verdrag. Het Hof stelde een schending vast en kende vierduizend euro immateriƫle schade en tweeduizend zeshonderdzestig euro kosten toe. Het wees de ondernemer geen standplaats toe en besliste de gunningsvraag niet zelf. Dit gaat over commerciƫle verhuur van publieke ruimte. Het beslist niet over Nederlandse woninghuurbescherming of over welke Nederlandse rechter bevoegd is. De actuele Kroatische rechtspraak was bovendien weer veranderd. De procesbijdrage zat in het zichtbaar maken van de ontbrekende rechtsbescherming. Dit Kamerarrest is niet direct onherroepelijk. Lees de volledige analyse op Huurrecht in Nederland.